| Jij staat voortdurend in mijn schaduw |
| En ik vang de stralen van het licht |
| Je doet altijd weer die stap terug |
| Maar geeft me dat duwtje in mijn rug |
| Want ik ben degeen die staat te stralen |
| En jij staat daar altijd maar alleen |
| Een naamloos gezicht in donkere nacht |
| Maar dwars door dat licht zie ik jouw lach |
| Maar niemand begrijpt hoe jij mijn steun bent |
| Al is het applaus voor mij alleen |
| Want jij bent de wind onder mijn vleugels |
| Jij bent de ster en anders geen |
| Het lijkt of ik overal alleen sta |
| Jij gaat als het moet door muren heen |
| Je leeft in mijn schaduw en de kou |
| Ik zou slechts een schim zijn zonder jou |
| Maar niemand begrijpt hoe jij mijn steun bent |
| Al is het applaus voor mij alleen |
| Want jij bent de wind onder mijn vleugels |
| Jij bent de ster en anders geen |
| Want niemand begrijpt hoe jij mijn steun bent |
| Al is het applaus voor mij alleen |
| Want jij bent de wind onder mijn vleugels |
| Jij bent de ster en anders geen |
| Jij bent mijn ster en anders geen |